![]() ![]()
Een land van 30 woudenDe toerist die naar Polen komt, heeft de kans om uit te rusten in mooie en schone bossen. Qua bebossing wordt ons land weliswaar door veel andere Europese landen ingehaald, met name door Scandinavië, maar we kunnen ons wel beroemen op zowel natuurlijke bossen zoals het Woud van Białowieża als op bossen die zorgvuldig door de mens worden onderhouden: het Piska Woud, het Knyszyńska Woud of de Bory Tucholskie. Veel braakliggende terreinen werden bebost, de oude dennenbossen werden verrijkt met loofbomen. Thans kunnen we trots zijn op ongeveer dertig boscomplexen die de naam woud dragen. Onder de bossen domineert de den en in de bergachtige gebieden de spar. Andere bomen ontbreken echter ook niet waardoor er veel schilderachtige gemengde complexen bestaan. Naast de den en de spar groeien hier berkenbomen, eiken, linden en haagbeuken, in veel regio's ook beuken. Moerassige dalen zijn begroeid met elzenbomen met hier en daar de es en de berk. Als er in de lente water blijft staan, ontstaan er ontoegankelijke gebieden die toevluchtsoorden van wilde dieren blijven. In de bossen leven veel herten, reeën en wilde zwijnen, vooral in de regio's van Mazoery, Pommeren en de Pogórze. Onder de wilde roofdieren trekken, naast de populaire vos en bosmarter, de inmiddels zeldzame lynx en de wolf de aandacht van natuurliefhebbers. Die laatste treft men vooral in de Bieszczady aan (ca. 20 stuks). Veel natuurliefhebbers pleiten voor een volledige bescherming van het dier. Onder de typische bosvogels is een ontmoeting met auerhanen en hazelhoenen bijzonder waardevol. Ook interessant zijn de roofvogels die weliswaar in bossen wonen maar over het algemeen hierbuiten op jacht gaan. Steeds grotere delen van bossen staan onder bescherming in de vorm van reservaten, nationale parken en landschapsparken. Ze zijn rijk aan bosvruchten – vooral de bosbessen, bosaardbeien, rode bosbessen en veenbessen – en diverse paddestoelen. |
|